Rainer Maria Rilke

Journalist

Rainer Maria Rilke

Rainer Maria Rilke

Deel I

De Inspirator

Rainer Maria Rilke: Florentijns dagboek (Das Florenzer Tagebuch). 

Amsterdam, 30 juni 2021–Rainer Maria Rilke was tweeëntwintig toen hij naar Italië reisde om de kunstschatten van de vroege renaissance te bekijken. 

In zijn Florentijns dagboek, dat hij niet in Florence, maar in de mondaine badplaats Viareggio schreef, doet de jonge student een verwoede poging om indruk te maken op een door hem aanbeden vrouw: de schrijfster Lou Andreas-Salomé. 

Zij heeft het in München met hem uitgemaakt en nu roept Rilke haar op elke bladzij toe: “Kijk eens hoe uniek ik ben, hoe veelbelovend en gevoelig!’ 

Zo vol is Rilke van zichzelf dat hij nauwelijks oog heeft voor de Toscaanse kunst. 

Wel onderkent hij zijn egocentrisme: “Zie je”, schrijft hij, “ik dacht dat ik een openbaring mee naar huis zou brengen over Botticelli of over Michelangelo. En ik breng slechts een bericht mee – over mijzelf, en het zijn goede berichten.”

Naast saaie visioenen van Rilkes stralende toekomst als kunstenaar bevat het Florentijns dagboek ook een paar interessante gedachten, over het verband tussen kunst en staat bijvoorbeeld. Ontroerend is de steeds herhaalde opmerking over de “feestelijkheid’ van de kunstenaars der renaissance, in wier werk Rilke vooral de afwezigheid van angst bewondert. 

Breekt die angst bij Rilke later, in de Aantekeningen van Malte Laurids Brigge, in alle hevigheid door, in dit vroege werk wordt zij nog overstraald door optimisme.

Rainer Maria Rilke, met zijn panische angst voor armoede, onderhield zijn contacten zorgvuldig. Hij logeerde graag bij bewonderaarsters die op de mooiste plekken van Europa een landhuis of kasteeltje hadden. In Zweden vond hij onderdak bij de schilderes Tora Holmström, met wie hij, als hij er niet te gast was, een warmhartige correspondentie voerde.

Frank Daen heeft 28 brieven van Rilke aan Tora Holmström verzameld, waarvan veruit de meeste niet eerder in boekvorm verschenen. Daen annoteerde de tussen 1904 en 1922 verzonden brieven op voorbeeldige wijze en voorzag de Duitse tekst van zeer acceptabele vertalingen.

Advertisements

In welke taal we Rilkes brieven ook lezen, telkens stuiten we op de voor hem zo typische preoccupaties. Zo dweept hij met het ‘natuurlijke florische zelfbewustzijn’ van de vrouw, dat haar in staat zou stellen de man ‘onbeschrijflijke zekerheden’ te geven. ‘De vrouw heeft het immers goed in het bestaan zoals het is’, schrijft Rilke, zinspelend op zijn eigen onrust, die hij als een bron van creativiteit beschouwde. Voelde Tora Holmström zich niet beledigd over deze opmerking waarin Rilke háár creatieve impulsen in feite ontkent? Jammer genoeg blijft Tora voor de lezer een vage figuur, want de narcistische dichter gaat zelden op haar brieven in.

Wat vaststaat is dat de twee nooit gelieven zijn geweest. Steeds vraagt Rilke begrip voor zijn behoefte aan eenzaamheid, een drang die hem van de ene sociale verplichting naar de andere drijft. Immers, zodra hij het gezelschap van een gastvrouw is ontvlucht, ontfermt een ander zich alweer over hem. Alleen op zijn huurkamer in Parijs, waar hij van tijd tot tijd neerstrijkt, komt hij werkelijk tot zichzelf, maar dan ook zo grondig dat hij er hevig van schrikt. Steeds luider klinken zijn klaagzangen over depressies en improduktiviteit. Pas op 19 maart 1922, in het Zwitserse kasteel Muzot, lijkt de crisis definitief bezworen. Hij heeft dan zowel de Sonette an Orpheus voltooid als de Duineser Elegien, zijn levenswerk. Trots schrijft hij aan Tora Holmström: ‘Ik heb goed, goed gewerkt, hartstochtelijk zelfs – in een niet te beschrijven orkaan van hart en geest.’ Vier jaar later, op 29 december 1926, sterft Rilke aan leukemie.

Rilke

Rainer Maria Rilke: Brieven aan Tora Holmström. Vert. en toel. Frank Daen. Uitg. de Prom, 149 blz. Prijs: ƒ 29,50.

Wordt vervolgd zie Deel II

LET’S KEEP IN TOUCH!

The stories on antonfoek seem to delight the producers, readers and writers alike.
Presumably appealing to their diverse interests as a reflection of life itself.
I have had the privilege of looking after and reading several issues times and times over again. And on each occasion I have been struck by the breadth and unexpectedness of the topics that get pitched.
Somehow, they all fall in together to make a satisfying whole, leaving us readers behind with a hunger for more.

We don’t spam! Read our privacy policy for more info.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.