Verhalen verteller uit Timboektoe

Journalist

Verhalen verteller uit Timboektoe

Timbuktu Storytelling

Centrum van de wereld

deel I

door: Anthony Ham

vertaald door Anton Foek

Amsterdam, 12 september 2021— Azima Ag Mohamed Ali, de verhalen verteller van Timboektoe in Mali, begint vlak voor de laatste oproep tot gebed van die dag, aan zijn nachtelijke wandeling door de zanderige straten van Timboektoe in Mali. 

Onderweg begroet hij eerst de ene en daarna een tweede vriend die hem tegemoet komt.

De begroetingen duren eindeloos en gaan door tot lang nadat ze elkaar de eerste keer zien.  Zachte, vreedzame handdrukken die naar elkaar en uit- en in elkaar glijdend, terwijl ze steeds maar weer, keer op keer, eindeloos lang vragen, naar de gezondheid van vrienden en familie of andere kennissen. 

Dat gaat allemaal lang door, even ongehaast en bijna vertederend als hun tempo. 

Gehuld in volumineuze gewaden van indigo blauw, lopen ze door de straten van Timboektoe  verder de zandduinen in, net buiten de westelijke buitenwijken van de stad. 

Toen ze eindelijk de stad uit waren, gingen ze in het zand zitten en zetten een pot thee terwijl de hitte van de dag milder werd. “De eerste kop thee is altijd sterk als de dood,” zegt Ag Mohamed Alisaid. 

Het tweede kopje mild en zoet als het leven zelf. En de derde”, glimlacht hij, “is zoet als liefde. Je moet ze alle drie drinken.” 

Net als vele andere Toearegs, het ooit nomadische volk van de Sahara, werd Ag Mohamed Ali geboren in de woestijn , ver buiten Timboektoe. Op zijn geboorteakte staat dat hij in 1970 is geboren, maar dat is slechts een schatting die alleen voor officiële documenten wordt gebruikt. Niemand weet het echt zeker. 

“Ik denk dat ik veel ouder ben dan dat,” zegt hij. Als kind in de Sahara was het gevaar nooit meer dan één grote zandstorm weg: “Op een dag, toen ik een klein kind was, ging ik water zoeken op mijn kameel. En op weg terug naar het kamp, kwam er een zandstorm opzetten,” herinnert hij zich. 

De lucht was zwart en ik kon mijn hand niet eens zien. Er was geen waarschuwing, hooguit vijf minuten dacht ik eerst. Ik ging zitten en wachtte tot de storm voorbij was. Het duurde misschien drie uur. Toen ging ik terug naar het kamp. Maar toen moesten we mijn vader gaan zoeken, want hij was me gaan zoeken.” 

Ag Mohamed Ali was een tiener toen hij voor het eerst de stad zag die later zijn thuis zou worden. “Ik kon de lichten niet geloven!” weet hij nog. 

Zijn familie leeft nog steeds een semi-nomadisch bestaan in de woestijn. Maar toen hij volwassen werd, dreef de droogte en de behoefte om de kost te verdienen hem naar Timboektoe, waar hij een bedrijfje opzette als gids voor toeristen die de Sahara wilden verkennen. 

Zijn hart bleef altijd in de woestijn, zelfs toen hij in de stad ging wonen. Hij weigerde een vaste telefoon te nemen, anders zou hij er afhankelijk van worden en nooit meer weg kunnen. Als hij geen klanten had, vluchtte hij naar de woestijn, waar hij soms maandenlang kampeerde, thee dronk met vrienden en onder de blote hemel sliep. 

Advertisements

Telkens als hij in de stad moest zijn, was het nachtelijke uitstapje naar de duinen net buiten de stad zijn ontsnapping. Terwijl Ag Mohamed Ali tussen woestijn en stad reisde, overbrugde hij geografische ruimtes en overspande de eeuwen, bewegend tussen een tijd van oude woestijntradities en de eisen van het moderne leven. 

Vroeger, toen het leven nog zoet was en voordat toeristen niet meer naar de Sahara kwamen, was hij ook reisgids; maar onder zijn eigen volk blijft hij nu en uiteindelijk een bewaarder van tradities en een verhalenverteller. 

En het doorgeven van die verhalen is een obsessie geworden. “Mijn kinderen zijn geboren in de woestijn, zoals wij gewend zijn en zoals dat hoort”, zegt hij. “We wonen in Timboektoe en ik wil dat ze naar school gaan, niet zoals ik.” 

Hij spreekt zo’n zeven talen, hoewel hij nooit heeft leren lezen of schrijven. “Maar op een dag zal ik ze ook voor een lange tijd naar de woestijn brengen, zodat ze de woestijn kunnen leren kennen en goed kennen, zodat ze de verbinding niet verliezen.” 

Tegen de 16e eeuw woonden 100.000 mensen in Timboektoe. Meer dan in Londen. Het is nu bijna tien jaar geleden dat Ag Mohamed Ali de uitzonderlijke schoonheid van de regio aan reizigers kon laten zien. Opstanden en conflicten in de Sahel en de Sahara hebben de stroom toeristen gestopt, wat grote ontberingen veroorzaakte voor de volkeren van de woestijn, vooral ook voor gidsen als Ag Mohamed Ali. 

Zijn verhalen klinken echter als echo’s van de hectische dagen van reizen door de Sahara. Zelfs geconfronteerd met dergelijke conflict situaties en de veroorzaakte moeilijkheden, kijkt Ag Mohamed Ali uit naar de dag waarop reizigers kunnen terugkeren. 

Voor hem en zijn kinderen zijn de Sahara en Timboektoe thuis. Voor de buitenwereld zijn deze exotische plaatsen de buitenste regionen van de bekende wereld toeristische bestemmingen geworden.

In de middeleeuwen stond Timboektoe aan de samenvloeiing van enkele van Afrika’s meest lucratieve handelsroutes. Het was waar de grote zout karavanen van de Sahara de handel ontmoetten die langs de rivier de Niger stroomde. Zout, goud, ivoor en luxe Europese goederen zoals linnen, parfums en glas kwamen allemaal door een stad die destijds een van de rijkste op aarde was. In de 16e eeuw woonden er meer mensen – 100.000 – in Timboektoe dan in Londen. 

De stad had bijna 200 scholen en een universiteit die geleerden trok van zo ver weg als Granada en Bagdad. Het stond bekend om zijn bibliotheken met onschatbare manuscripten.

Schrijver en journalist Anthony Ham woont in Madrid

vervolg: deel II

LET’S KEEP IN TOUCH!

We’d love to keep you updated with our latest News 😎

We don’t spam! Read our privacy policy for more info.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *